Nu Flanders Baloise stopt: dit zijn de jaarbudgetten van de wielerploegen

© photonews

Waarom trok Baloise niet alleen de kar van Flanders-Baloise? Die vraag klinkt luid na het verdwijnen van de Belgische wielerploeg. Het antwoord ligt niet alleen bij de sponsor, maar ook bij de torenhoge budgetten die vandaag nodig zijn om een profteam overeind te houden.

Baloise: "Alleen verdergaan was niet realistisch"

Het nieuws dat Flanders-Baloise na dit seizoen verdwijnt, zorgde voor heel wat reacties in de Belgische wielerwereld. Al snel rees de vraag waarom Baloise, dat al jarenlang aan de ploeg verbonden is, de formatie niet gewoon zelfstandig bleef financieren.

Via een reactie aan Het Laatste Nieuws legde de verzekeraar uit waarom dat geen haalbare kaart was. "Een professioneel wielerproject van deze omvang is gebouwd op een gedeeld financieel fundament van meerdere sterke (hoofd)partners. Wanneer een cruciale dragende pijler wegvalt, is het niet vanzelfsprekend of realistisch om dit volledige budgettaire gat alleen op te vangen."

Volgens verschillende schattingen bedroeg de bijdrage van de Vlaamse overheid via Flanders jaarlijks tussen 1 en 2 miljoen euro. Dat lijkt op het eerste gezicht een overbrugbaar bedrag, maar voor een ProTeam met een beperkt budget kan het net het verschil betekenen tussen voortbestaan en stoppen.

Sponsoring in het wielrennen blijft prioriteit

Het verdwijnen van Flanders-Baloise betekent niet dat Baloise zich uit de wielersport terugtrekt. Integendeel, de verzekeraar benadrukt dat de sport een belangrijke plaats blijft innemen binnen de sponsorstrategie.

"Baloise heroverweegt haar engagement in het wielrennen niet. Baloise heeft een groot hart voor de sport." Het bedrijf verwijst daarbij naar de verlengingen van de sponsoring van onder meer de Baloise Belgium Tour en de Baloise Ladies Tour, die allebei verzekerd zijn tot en met 2031.

Ook buiten het wielrennen blijft Baloise investeren in sportevenementen zoals de Antwerp 10 Miles en de Namur Marathon. Daarnaast loopt de samenwerking met veldritploeg Baloise – Het Poetsbureau Lions minstens tot en met het seizoen 2027-2028. Op de vraag of die steun volledig ongewijzigd blijft, kwam geen concreet antwoord.

Dit kosten de grootste wielerploegen

Het verhaal toont nog maar eens hoe duur professioneel wielrennen is geworden. De absolute topteams beschikken vandaag over budgetten die enkele jaren geleden ondenkbaar waren.

Naar schatting zien de jaarbudgetten er ongeveer zo uit:

UAE Team Emirates-XRG: ongeveer €65 à €70 miljoen
INEOS Grenadiers: ongeveer €55 à €60 miljoen
Red Bull-BORA-hansgrohe: ongeveer €50 à €55 miljoen
Visma | Lease a Bike: ongeveer €50 miljoen
Lidl-Trek: ongeveer €45 à €50 miljoen

Daar net onder bevindt zich Soudal Quick-Step, dat naar schatting over een jaarlijks budget van €35 à €40 miljoen beschikt. Daarmee blijft de Belgische topformatie competitief, al moet ze financieel wel opboksen tegen ploegen die tegenwoordig tientallen miljoenen extra kunnen investeren.

Na de fusie tussen Lotto en Intermarché beschikt Lotto-Intermarché naar schatting over een jaarbudget van ongeveer €22 à €26 miljoen. Dat maakt de ploeg financieel sterker dan de oude Lotto-formatie, maar ze blijft nog altijd duidelijk onder het gemiddelde van de rijkste WorldTour-teams.

Ook kleinere ploegen voelen de financiële druk

Onder de WorldTour zijn de verschillen minstens even groot. Een gemiddelde UCI ProTeam werkt doorgaans met een budget tussen €10 en €18 miljoen per seizoen.

De kleinste professionele ploegen moeten het zelfs doen met bedragen van ongeveer €6 tot €9 miljoen. Op dat niveau kan het wegvallen van één grote sponsor meteen desastreuze gevolgen hebben.

Dat verklaart ook waarom Flanders-Baloise uiteindelijk geen toekomst meer had. Hoewel het ontbrekende bedrag relatief beperkt lijkt in vergelijking met de financiële slagkracht van de grootste teams, is het voor een kleinere ploeg bijzonder moeilijk om zo'n gat op korte termijn op te vullen.

Financiële kloof blijft groeien

Het verdwijnen van Flanders-Baloise illustreert een bredere evolutie binnen het internationale wielrennen. De financiële verschillen tussen de absolute top en de kleinere ploegen worden elk jaar groter. Waar de rijkste teams tientallen miljoenen investeren in renners, materiaal, staf en technologie, moeten kleinere organisaties steeds creatiever omspringen met hun middelen.

Voor Belgische opleidingsploegen wordt het daardoor almaar moeilijker om te overleven. Zonder meerdere stabiele partners blijkt zelfs een relatief beperkte financiële tegenvaller voldoende om een volledig project te doen verdwijnen.

Meer nieuws