Schuld van Van Aert en Van der Poel? Eli Iserbyt trekt aan de alarmbel

© photonews

De nieuwe kalender van de Superprestige zorgt voor ongenoegen bij Eli Iserbyt. De veldritspecialist vreest dat het ingekorte seizoen de toekomst van het veldrijden onder druk zet. Ook de keuzes van Wout van Aert en Mathieu van der Poel spelen mee in het debat.

Superprestige verliest volgens Iserbyt zijn karakter

De Superprestige begint dit seizoen opvallend laat en eindigt al begin januari. Voor Eli Iserbyt, die het klassement in het verleden twee keer won, is dat een grote verandering tegenover vroeger. Waar de competitie jarenlang verschillende maanden besloeg, wordt de eindstand nu over een veel kortere periode bepaald.

De eerste manche vond op 25 oktober plaats in Overijse. De laatste wedstrijd staat op 2 januari in Gullegem gepland. Ook de Noordzeecross in Middelkerke verschuift naar 5 november, terwijl Ruddervoorde pas op 6 december wordt gereden.

Iserbyt begrijpt dat organisatoren rekening moeten houden met financiële en praktische uitdagingen. Toch vindt hij dat de nieuwe spreiding te ver gaat. “Tien jaar geleden duurde de Superprestige van begin oktober tot midden februari. Toen kon je nog spreken van een regelmatigheidscriterium. Nu is het een momentopname geworden”, klinkt het in Het Nieuwsblad.

Sponsoren en renners komen onder druk

Een kortere kalender heeft volgens Iserbyt niet alleen sportieve gevolgen. Ook voor teams en sponsors kan de beperkte periode waarin ze zichtbaarheid krijgen een probleem vormen. Bedrijven willen hun investering immers gedurende een voldoende lange periode onder de aandacht brengen.

Daarnaast worden de wedstrijden steeds meer op elkaar gepropt. Renners moeten daardoor keuzes maken tussen verschillende klassementen en wedstrijden, terwijl ze het liefst zo vaak mogelijk aan de start zouden verschijnen.

Flanders Classics, de organisator van de Superprestige, ontkent dat er een bewuste strategie achter zit om het veldrijden aan het wegwielrennen aan te passen. Toch blijft de bezorgdheid bij verschillende renners bestaan.

Van Aert en Van der Poel zetten de discussie op scherp

De kalenderkwestie raakt aan een bredere ontwikkeling binnen het veldrijden. Wout van Aert en Mathieu van der Poel combineren het veldrijden met het wegwielrennen en stemmen hun winterprogramma af op hun ambities op de weg. Ook andere renners maken steeds vaker zulke keuzes.

Iserbyt vreest dat de cross daardoor steeds meer terrein verliest. “Er wordt meer en meer geweken voor het wegwielrennen”, waarschuwt hij. Volgens hem blijft er in februari nog maar weinig over, waardoor het voor renners minder aantrekkelijk wordt om zich een volledig seizoen op het veldrijden toe te leggen.

Hij ziet bovendien een vicieuze cirkel ontstaan: een kortere kalender kan renners ontmoedigen om volop te crossen, terwijl minder deelnemers op hun beurt de aantrekkingskracht van wedstrijden kunnen aantasten.

Meer nieuws