Het mysterie-Philipsen: Sven Nys en José De Cauwer hebben een compleet andere mening
Het is nog niet de Tour geweest van Jasper Philipsen. Onze landgenoot grossiert voorlopig in de top tienplaatsen, maar is er nog niet in geslaagd om de hoofdvogel af te schieten. Ook na rit 8 van de Tour buigen Sven Nys en José De Cauwer zich over de prestatie van de Vlam van Ham.
Philipsen werd door zijn ploegmaats van Alpecin-Premier Tech opnieuw uitstekend gelanceerd, maar kon het opnieuw niet afmaken. Dat was ook al het geval in etappe 7.
De Cauwer zag Philipsen een fout maken
Commentator José De Cauwer zag Philipsen te afwachtend koersen. "Weerom zit hij te wachten", klinkt het bij Sporza. "Je moet meer durven verliezen. Het kan wel zijn dat je niet honderd procent zeker bent, maar hij zit daar en Mathieu van der Poel trekt voor hem de sprint aan."
"Ik denk dat hij weerom zal zeggen: ik heb een fout gemaakt. Niet dat Merlier dan niet ging winnen, maar wanneer hij de sprint zal terugzien..." Voormalig topveldrijder en commentator Sven Nys houdt er een andere mening op na. Volgens hem ging Philipsen niet in de fout en kon hij niet beter.
Hij mist dat tikkeltje explosiviteit
"Tussen 250 en 200 meter van de finish weet je dat je als sprinter dat je moet aangaan, of je wordt ingesloten"m vertelt Nys. "Als hij dan op een gegeven moment aanzet, zitten daar veel renners rond hem, maar als hij de acceleratie heeft, kan hij die ruimte creëren."
"Conditioneel is hij volgens mij zeer goed, maar hij mist dat tikkeltje explosiviteit." Philipsen is normaal een van de explosiefste mannen van het pak, maar het komt er momenteel niet uit.
Geen paniek
Manager Philip Roodhooft predikte na etappe 7 rust. Hij vond de ontgoocheling van Philipsen - die achteraf met zijn helm gooide - normaal en vertelde dat de sprinter volgens de data toen slecht had geslapen.
Van paniek is er geen sprake bij Alpecin-Premier Tech, maar met drie sprintersritten achter de rug hadden ze meer dan waarschijnlijk al een streepje achter hun naam willen hebben. De laatste vier jaar won Philipsen telkens minstens één rit in de Tour. Er is dus zeker nog hoop.