Foré legt uit waarom Magnier en Merlier de Vuelta niet rijden
Foto: © photonews
Soudal Quick-Step trekt zonder Paul Magnier en Tim Merlier naar de Vuelta van 2026. CEO Jurgen Foré legt uit waarom de combinatie van een loodzwaar parcours en een overvolle kalender voor beide sprinters te veel van het goede is.
Tweede grote ronde te zwaar
Soudal Quick-Step zal in de Vuelta a España 2026 niet kunnen rekenen op Paul Magnier en Tim Merlier. De beslissing heeft vooral te maken met de belasting die een grote ronde met zich meebrengt. Voor Magnier zou een tweede grote ronde in hetzelfde seizoen volgens de ploeg nog te vroeg komen.
“Voor Magnier is een tweede grote ronde op een jaar nog wat te veel van het goede”, zegt CEO Jurgen Foré in Het Belang van Limburg. De jonge Fransman heeft zich de voorbije periode ontwikkeld tot een van de interessante snelle mannen van het peloton, maar de ploeg wil zijn programma niet overbelasten.
De Vuelta zou voor Magnier een enorme fysieke en mentale investering betekenen. Soudal Quick-Step kiest daarom voor voorzichtigheid en wil zijn ontwikkeling niet in gevaar brengen door hem te snel aan een tweede zware rittenkoers van drie weken bloot te stellen.
Ook Merlier past
Voor Tim Merlier ligt de situatie anders, maar het resultaat is hetzelfde. De Belgische topsprinter zal eveneens ontbreken in Spanje. Niet omdat hij geen kandidaat is voor ritwinst, maar omdat het parcours volgens Foré nauwelijks geschikt is voor een pure sprinter.
“En voor een Merlier is het net iets te zwaar”, legt de CEO uit. De Vuelta van 2026 werd vooraf aangekondigd als een van de zwaarste edities ooit. Dat maakt het voor sprinters bijzonder moeilijk om energie te bewaren tot de momenten waarop hun specialiteit daadwerkelijk aan bod komt.
Eerste week meteen loodzwaar
De Vuelta begint in Monaco en trekt daarna richting het Spaanse binnenland en de Pyreneeën. De eerste week wordt daardoor meteen een zware test. Bovendien ligt het aantal te overwinnen hoogtemeters over de volledige ronde uitzonderlijk hoog.
Voor sprinters betekent dat niet alleen zware beklimmingen, maar ook een voortdurende strijd om binnen de tijdslimiet te blijven. Elke dag energie verspillen om een sprintkans te bereiken, kan later in de ronde zwaar doorwegen.
Nauwelijks sprintkansen
Volgens Foré is het probleem vooral dat de snelle mannen lang moeten wachten voordat ze hun kwaliteiten kunnen tonen. “Een type Merlier zou tien dagen moeten wachten op de eerste sprintkans”, aldus Foré. Dat maakt de keuze van Soudal Quick-Step begrijpelijk. De ploeg wil haar sprinters niet drie weken laten afzien voor slechts enkele potentiële kansen.
Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief