Belgen en Nederlanders hebben een totaal andere fietscultuur: hoe komt dat?
Beeld gegeneerd met ai
Belgen en Nederlanders fietsen allebei veel, maar de fiets heeft in beide landen een andere plaats in het dagelijkse leven. In Nederland is fietsen voor velen vanzelfsprekend vervoer, terwijl België een veel gemengder fietscultuur kent.
De fiets is in Nederland onderdeel van het dagelijks leven geworden
Het grootste verschil zit misschien niet in de fiets zelf, maar in waarom mensen fietsen. In Nederland wordt de fiets massaal gebruikt voor dagelijkse verplaatsingen. Volgens de Nederlandse overheid gebeurt ongeveer 27 procent van alle verplaatsingen per fiets. Er bestaat bovendien een uitgebreid netwerk van fietspaden en fietssnelwegen.
De fiets is er daardoor veel minder sterk verbonden met sport. Een Nederlander kan dagelijks tientallen kilometers fietsen zonder zichzelf als fietsliefhebber te beschouwen.
In België is die scheiding minder duidelijk. Wielrennen heeft een bijzonder sterke culturele betekenis, zeker in Vlaanderen. De koers, wielertoerisme en recreatief fietsen hebben er een belangrijke plaats.
België heeft een andere geschiedenis wat fietsen betreft
België heeft uiteraard ook een lange fietstraditie, al is dat op een compleet andere manier. Maar de ruimtelijke ontwikkeling van beide landen verschilt sterk. Nederland heeft decennialang bewust geïnvesteerd in fietsinfrastructuur. Fietsberaad beschrijft de Nederlandse fietscultuur als het resultaat van meer dan alleen fietspaden: ook ruimtelijke planning, lokale verantwoordelijkheid en maatschappelijke omstandigheden hebben bijgedragen aan het succes.
In België is de fiets traditioneel veel sterker gecombineerd met andere vervoersmiddelen en met de auto. Dat verschil zie je vandaag nog altijd. België werkt ondertussen actief aan een omslag. Het federale fietsplan Be Cyclist 2.0 wil de fiets aantrekkelijker, veiliger en toegankelijker maken.
Verschil in België: Vlaanderen fietst veel meer dan Wallonië
Een tweede belangrijk verschil zit binnen België zelf. De Belgische fietscultuur is allesbehalve uniform. Recente cijfers van Statbel tonen dat 46 procent van de Vlaamse leerlingen van 15 jaar en ouder voor de fiets kiest om naar school te gaan. In Wallonië is dat slechts 3 procent en in Brussel eveneens 3 procent.
Dat verschil heeft te maken met infrastructuur, ruimtelijke ordening, afstanden, gewoonten en de beschikbaarheid van alternatieven. Vlaanderen heeft bovendien een sterke traditie van recreatief en sportief fietsen. Wielerwedstrijden zijn er diep verankerd in de cultuur.
Nederland heeft de fiets vanzelfsprekender gemaakt
Het grote Nederlandse succes zit uiteindelijk in de combinatie van infrastructuur en gewoonte. Wanneer kinderen van jongs af aan leren fietsen naar school, wanneer ouders fietsen naar het werk en wanneer winkelstraten, stations en woonwijken daarop zijn ingericht, wordt fietsen de normale keuze.
In België groeit die mentaliteit om de fiets meer en meer te gebruiken eveneens. Vlaanderen heeft als doel om tegen 2040 30 procent van de verplaatsingen met de fiets te laten gebeuren. De verschillen verdwijnen daardoor mogelijk langzaam, maar volledig hetzelfde worden de twee fietsculturen waarschijnlijk niet.
Nederland heeft van fietsen in sterke mate dagelijks vervoer gemaakt. België heeft een unieke combinatie ontwikkeld van dagelijkse fiets, recreatief fietsen en een uitzonderlijk sterke wielercultuur. Dat is misschien wel het grootste verschil: voor de Nederlander is de fiets vaak gewoon een vervoermiddel, terwijl de Belg hem veel sneller ook als sport- of vrijetijdstoestel ziet.