Door het rood fietsen: in deze uitzonderlijke gevallen mag het

Lorenz Lomme
Lorenz Lomme, wielerjournalist
| Reageer
Door het rood fietsen: in deze uitzonderlijke gevallen mag het
Volg Wielerkrant nu ook via Google!

Fietsen is een geweldige hobby waarbij veiligheid altijd primeert. Niet door het rood rijden is een van de basisregels op de fiets, maar in enkele gevallen is het wél toegestaan. Wij geven je meer uitleg.

Pas de voorrangsregels toe

Voor fietsers gelden de algemene regels bij verkeerslichten. Veilig Verkeer legt die nog eens duidelijk uit: rood en oranje betekenen stoppen; bij groen mag je doorrijden. Als de verkeerslichten het silhouet van een fietser hebben, moet je je alleen op die lichten focussen. Je moet daarbij wel rekening houden met de geldende voorrangsregels.

Het blijft daarnaast belangrijk om bij het rechtdoorfietsen oogcontact te maken met bestuurders die rechts willen afslaan. Zorg er daarbij voor dat ze je gezien hebben. Als je zelf wil afslaan, is het verplicht om je arm uit te steken. Zo zijn andere weggebruikers zich ervan bewust dat je die richting wilt uitgaan. Daarbij geldt: blijf de voorrangsregels voor links en rechts afslaan toepassen.

B22, B23 of een oranjegeel knipperlicht met fietssilhouet

In uitzonderlijke gevallen mag je wel door het rood of oranje rijden: als bij een verkeerslicht een driehoekig verkeersbord met daarin een gele fiets en een gele pijl hangt.  Als de pijl naar rechts wijst (bord B22), mag je door het rood rijden om rechts af te slaan.

Wijst de pijl rechtdoor (bord B23), dan mag je door het rood rijden om rechtdoor te gaan. Deze borden gelden ook voor mensen met een speelelec. Een oranjegeel knipperlicht met een fietssilhouet en een pijl heeft dezelfde betekenis als de hiervoor genoemde borden. In alle gevallen geldt: blijf de geldende voorrangsregels volgen.


Corrigeer
Fout gevonden in bovenstaand artikel? Meld het hier!

Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief

Meer nieuws

Meer nieuws

Populairste artikels

Nieuwste reacties