Iserbyt spaart de wielerwereld niet: “Vroeger was dat helemaal anders”
Foto: © photonews
Het veldrijden dreigt steeds meer talent te verliezen aan het wegwielrennen. Eli Iserbyt vindt dat jonge renners te snel het gevoel krijgen dat ze beide disciplines moeten combineren. Volgens hem verdient het pure crossen opnieuw meer waardering.
De cross moet niet onderdoen voor het wegwielrennen
Het wegwielrennen heeft de voorbije jaren een steeds grotere aantrekkingskracht gekregen op jonge veldrijders. De combinatie van beide disciplines is populair, maar Eli Iserbyt ziet daarin ook een gevaar voor de toekomst van het veldrijden.
De West-Vlaming vindt dat niet iedere crosser noodzakelijk een carrière op de weg moet nastreven. Volgens hem kan een renner ook door zich volledig op het veldrijden te concentreren een mooie sportieve en financiële toekomst uitbouwen.
“Vroeger hoefden renners niet te kiezen”, merkt Iserbyt op in een gesprek met Sporza. Hij betreurt dat het tegenwoordig soms lijkt alsof een renner minder ambitie heeft wanneer hij uitsluitend voor het veld kiest.
Joran Wyseure als voorbeeld
Iserbyt haalt Joran Wyseure aan als een renner die volgens hem bijzonder veel mogelijkheden heeft in het veldrijden. Hij vindt dat de West-Vlaming zijn kwaliteiten niet zomaar moet opofferen om tijdens de zomermaanden vooral in dienst van anderen op de weg te rijden.
“Iemand als Joran Wyseure is een crosser”, klinkt het bij Iserbyt. Hij vindt dat Wyseure in het veld voldoende mogelijkheden heeft om wedstrijden te winnen en zijn carrière verder uit te bouwen.
De boodschap is duidelijk: niet iedere sterke veldrijder moet automatisch een wegprogramma nastreven. Iserbyt ziet voldoende potentieel om ook als pure crosser een succesvolle profcarrière uit te bouwen.
Angst om als minder ambitieus beschouwd te worden
Volgens Iserbyt speelt ook de beeldvorming een belangrijke rol. Jonge renners kunnen het gevoel krijgen dat ze pas echt meetellen wanneer ze zich ook op de weg bewijzen. “Het lijkt dan alsof je geen ambitie hebt”, stelt hij vast. Dat vindt de voormalige Belgische kampioen een verkeerde evolutie.
Hij vreest dat het veldrijden daardoor talent verliest dat anders misschien jarenlang voor spektakel in de wintermaanden zou kunnen zorgen.
Iserbyt hoopt op een kentering
Toch ziet Iserbyt ook redenen om optimistisch te blijven. Hij verwacht dat er opnieuw renners zullen terugkeren naar het veldrijden en dat de discipline haar aantrekkingskracht kan behouden.
Zijn pleidooi draait vooral om erkenning voor de specialisten. Een renner hoeft niet noodzakelijk op de weg te presteren om als ambitieuze prof beschouwd te worden.
Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief