Naast de fiets Fietsmerken overleven zelfs absolute rampen: hoe doen ze het toch?
Hoewel bijvoorbeeld e-bikes in de lift zitten, is er minder vraag naar sommige andere type fietsen. De wetten van de fietsindustrie zijn onverbiddelijk: net als in andere takken van de maatschappij is het cruciaal dat de nodige inkomsten binnenkomen. Anders dreigt een faillissement.
Faillissementen zijn uiteraard absolute rampen, maar toch betekenen ze niet altijd het einde van een fietsmerk. Het kan het einde zijn voor het bedrijf achter het merk, maar de merknaam, ontwerpen en andere bezittingen kunnen worden overgenomen.
Daardoor kan een fietsmerk na een faillissement een doorstart maken, soms zelfs onder dezelfde naam. Er zijn grofweg drie mogelijke scenario's.
Doorstart of gedeeltelijke overname
Het eerste scenario is dat van een doorstart: een investeerder of ander bedrijf neemt dan (een deel van) de activiteiten over. Zo kan het merk blijven bestaan en opnieuw fietsen produceren en verkopen. Een andere optie is de overname van alleen de merknaam door een andere fabrikant, die later onder dezelfde naam fietsen uitbrengt.
Dat zijn de twee grote reddingsmiddelen. Als er geen koper wordt gevonden voor het bedrijf of de merknaam, dan stoppen alle activiteiten. Alleen in dit geval is het gevolg dat het merk definitief van de markt verdwijnt. Belangrijk is dus het onderscheid tussen het faillissement van een onderneming en het verdwijnen van een fietsmerk.
Accell is voorbeeld met een doorstart
Een recent voorbeeld is Accell, het moederbedrijf achter fietsmerken als Batavus, Sparta en Koga. Accell werd in augustus 2026 failliet verklaard, maar curatoren onderzochten daarna de mogelijkheden om onderdelen van het concern een doorstart te laten maken.
Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief
