Deze negen Tourhelden bewijzen hoe groot het verlies van Flanders-Baloise is
Foto: © photonews
Het einde van Flanders-Baloise betekent meer dan het verdwijnen van een Belgische wielerploeg. De formatie was jarenlang een springplank naar de top. Dat bewijst ook de Tour de France van dit jaar, waarin liefst negen Belgische deelnemers een verleden bij de opleidingsploeg hadden.
Negen Tourrenners uit dezelfde kweekvijver
Dat Flanders-Baloise – vroeger Topsport Vlaanderen – een belangrijke rol speelde in de Belgische wielersport, blijkt uit een opvallende statistiek. Van de 31 Belgische renners die dit jaar aan de start stonden van de Tour de France, genoten liefst negen een deel van hun opleiding bij de ploeg.
Het gaat om Victor Campenaerts, Jonas Rickaert, Bert Van Lerberghe, Jenno Berckmoes, Edward Planckaert, Tom Van Asbroeck, Lars Craps, Piet Allegaert en Milan Fretin. Een indrukwekkend lijstje dat volgens voormalig prof Jan Bakelants perfect illustreert welke rol de ploeg jarenlang speelde als springplank naar de WorldTour.
Meer dan alleen toekomstige kopmannen
Volgens Bakelants draaide het bij Flanders-Baloise nooit uitsluitend om het opleiden van absolute vedetten. Integendeel, de ploeg leverde vooral renners af die later een belangrijke rol speelden binnen de grootste teams.
“Renners die prof worden bij Sport Vlaanderen worden zelden grote kopmannen, maar zijn wel heel gegeerd voor bepaalde functies bij een grote ploeg, zoals lead-outs in de sprinttrein en knechten”, stelt hij in Het Laatste Nieuws. Net die profielen zijn volgens hem onmisbaar in het moderne wielrennen.
Hij wijst erop dat zowel Patrick Lefevere bij Quick-Step als de broers Roodhooft bij Alpecin-Premier Tech de voorbije jaren geregeld renners wegplukten uit de Vlaamse opleidingsploeg.
Lees ook... “Ik was doodsbang”: vrouw van Jan Bakelants onthult hoe slecht hun eerste date liep›
Minder kansen voor jong talent
Bakelants vreest dat het verdwijnen van Flanders-Baloise vooral jonge Vlaamse talenten zal treffen. Volgens hem zijn er internationaal maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar voor neoprofrenners.
“Nu deze ploeg stopt, wordt het voor sommige Vlaamse beloften moeilijk om prof te worden.” Hij becijfert dat er jaarlijks slechts zestig tot zeventig plaatsen vrijkomen bij professionele ploegen, waardoor de concurrentie alleen maar groter wordt.
Voor renners die net iets meer tijd nodig hebben om door te breken, dreigt de stap naar het hoogste niveau daardoor moeilijker te worden.
Een onmisbare schakel, maar ook een veranderende wereld
Toch plaatst Bakelants ook een nuance. Volgens hem hebben steeds meer WorldTour-ploegen tegenwoordig hun eigen opleidingsstructuur, waardoor een deel van de oorspronkelijke rol van Sport Vlaanderen is overgenomen.
Dat neemt volgens hem echter niet weg dat de Vlaamse wielersport een belangrijke kweekvijver verliest. “In de Tour van dit jaar stonden er 31 Belgische renners aan de start. Van die 31 Belgische Tourrenners waren er 9 die een deel van hun opleiding genoten bij de wielerploeg van (Top)Sport Vlaanderen.” Die cijfers tonen volgens Bakelants vooral aan hoeveel invloed de ploeg de voorbije decennia heeft gehad op het Belgische profwielrennen.
Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief