Jan Bakelants pleit voor revolutionaire hervorming van het prijzengeld in de koers
Foto: © photonews
Heeft het hedendaagse wielrennen een groot probleem? Volgens Jan Bakelants wel. De voormalige profrenner hekelt het huidige prijzengeldsysteem in de koers en pleit voor een grondige hervorming.
Bakelants spreekt van peanuts
De toppers in het hedendaagse peloton verdienen aardig hun boterham, maar het prijzengeld dat ze verdienen valt in het niets bij de geldsommen in andere sporten. Jan Bakelants komt bij Het Laatste Nieuws – op basis van de blog 'Money in Sport' – met enkele cijfers over de voorbije Tour de France.
"ASO heeft bij de mannen in totaal 2,3 miljoen euro aan prijzengeld uitbetaald – peanuts. Bij de vrouwen was het bedrag helemaal om te lachen: amper 260.000 euro."
Tadej Pogacar was de grootverdiener met om en bij de 600.000 euro. Remco Evenepoel streek 246.000 euro op. Tim Merlier won drie ritten, maar kreeg daar amper 36.000 euro voor. Dat prijzengeld maakt voor de genoemde namen geen verschil, denkt Bakelants. In de koers wordt het verdiende geld namelijk verdeeld onder de ploeg.
Geen indexering
Bakelants stoort zich aan het huidige systeem. Hij hekelt dat er geen sprake is van indexering wat prijzengeld betreft, in tegenstelling tot bij de boetes en de vergunningen van de UCI.
"Logisch, want dat zijn de werkingsmiddelen van de internationale wielerunie. Ik zou het dus normaal vinden als de UCI de wedstrijdorganisatoren zou aansporen om hun prijzengeld ook te indexeren. Dat zou een eerste kleine stap zijn", legt hij een eerste mogelijke verandering op tafel.
Het huidige systeem kan, wat Bakelants betreft, op de schop. De renners betalen op hun prijzengeld dubbele belastingen – in het land waar ze het verdiend hebben en in het land waar ze wonen – en houden er aan het einde van de rit amper iets van over.

Bakelants pleit daarom voor een grondige hervorming, waarbij het prijzengeld overgeheveld wordt naar de ploegen. Wielrennen is namelijk steeds meer een ploegsport geworden, waarbij professionele begeleiding steeds belangrijker wordt. De ploegen kunnen dat geld ter vervanging van het prijzengeld dan gebruiken voor onder meer stages, trainingen en bonussen.
Een kleine opoffering voor WorldTour-renners
Daarnaast pleit Bakelants ook voor een indexering. Het prijzengeld ligt vandaag de dag vast in barema's. Door die los te maken van vaste sommen en vast te leggen als percentage van de omzet van een organisator worden de prijzengelden automatisch geïndexeerd en zullen ze hoger liggen als het goed gaat met de wielersport.
Bakelants denkt dat als het systeem verandert, de ploegen in het peloton een sterker front zullen kunnen vormen en in een betere onderhandelingspositie terechtkomen. De hervormingen zouden voor renners in de WorldTour bovendien slechts "een kleine opoffering zijn", denkt Bakelants.
"Als ze hun sport graag zien, zou het normaal zijn als ze deze concessie doen. Voor de ploegen kan het een aanzet zijn voor verdere professionalisering en nog betere omkadering. Op termijn wordt iedereen daar beter van."
De wielersport hinkt achterop
De wielersport hinkt qua prijzengeld duidelijk achterop tegenover andere sporten, waar regelmatig wél geprotesteerd wordt. In het tennis bijvoorbeeld wordt regelmatig in een sterk front gepleit voor meer prijzengeld op de grandslamtoernooien. Slaagt het wielrennen erin om de krachten op dezelfde manier te bundelen en een even stevig blok te vormen?
Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief
