Naast de fiets Hand uitsteken op de fiets: wanneer moet dat eigenlijk?

Bjorn Vandenabeele, wielerjournalist
| Reageer
Hand uitsteken op de fiets: wanneer moet dat eigenlijk?
Volg Wielerkrant nu ook via Google!

Een hand uitsteken lijkt een klein detail, maar voor fietsers is het een belangrijk onderdeel van veilig verkeersgedrag. Wanneer moet je een teken geven? En wat als je door de ondergrond of omstandigheden niet veilig met één hand kunt rijden?

Richting veranderen betekent signaleren

Wie met de fiets van richting verandert, moet zijn voornemen tijdig kenbaar maken. Dat geldt bijvoorbeeld wanneer je links of rechts afslaat, maar ook wanneer je een zijdelingse beweging maakt.

Volgens Wegcode.be moet een fietser bij een richtingsverandering een armteken geven, behalve wanneer dat door de omstandigheden niet veilig kan. Het gaat dus niet alleen om een klassiek kruispunt. Ook wanneer je bijvoorbeeld om een dubbel geparkeerde auto heen moet rijden, moet je duidelijk maken wat je van plan bent. [1] Dat signaal is vooral bedoeld voor automobilisten en andere fietsers die achter je rijden.

Niet pas op het laatste moment

Een veelgemaakte fout is het armteken pas geven wanneer de fiets al aan het afslaan is. Dat is te laat. Andere weggebruikers moeten voldoende tijd krijgen om jouw beweging te begrijpen en erop te reageren.

De bedoeling is dat je eerst controleert of je beweging veilig kan worden uitgevoerd. Daarna geef je het teken en voer je de beweging uit. Bij links afslaan is het bovendien belangrijk om niet alleen je arm uit te steken. Kijk ook goed achterom. Een auto die je van achteren nadert, kan immers al bezig zijn met een inhaalmanoeuvre.

Wat als één hand aan het stuur gevaarlijk is?

Er zijn situaties waarin het uitsteken van een arm moeilijk of zelfs onveilig is. Denk aan kasseien, glad wegdek, tramsporen, een steile helling of een andere situatie waarin je gemakkelijk je evenwicht kunt verliezen.

De verkeersregels houden daar rekening mee. Wegcode.be vermeldt dat een fietser niet verplicht is het armteken te geven wanneer dit ertoe kan leiden dat hij uit evenwicht raakt. In zulke situaties bestaan andere manieren om duidelijk te maken wat je van plan bent. [2]

Je kunt bijvoorbeeld duidelijk omkijken, oogcontact zoeken met een bestuurder of je beweging bijzonder rustig inzetten.

Links afslaan vraagt extra aandacht

Vooral links afslaan is voor fietsers een moment waarop extra voorzichtigheid nodig is. Je moet immers een beweging maken richting het midden van de weg, terwijl achteropkomend verkeer mogelijk sneller rijdt.

Een goede techniek is daarom: eerst achteromkijken, vervolgens je voornemen duidelijk maken en pas daarna je positie aanpassen. Bij druk verkeer kan het soms veiliger zijn om even te wachten. Wettelijk gelijk hebben is immers niet hetzelfde als veilig kunnen afslaan.

Ook bij een obstakel

Het armteken is niet uitsluitend bedoeld voor bochten. Wanneer je bijvoorbeeld rond een geparkeerde wagen, een vuilniscontainer of een ander obstakel moet rijden, maak je een zijdelingse beweging.

Dat is voor achteropkomende weggebruikers belangrijke informatie. Een automobilist die denkt dat je gewoon rechtdoor blijft fietsen, kan anders op hetzelfde moment naar links uitwijken. Een korte armbeweging, gecombineerd met goed kijken en voldoende afstand, kan zo een gevaarlijke situatie voorkomen.

Duidelijk zijn is de boodschap

Fietsen in het verkeer draait uiteindelijk om voorspelbaarheid. Andere weggebruikers moeten kunnen inschatten wat je gaat doen.

Een armteken is daarbij een eenvoudig hulpmiddel. Geef het op tijd, kijk eerst goed om en voer je beweging pas uit wanneer je zeker bent dat het veilig kan. En als één hand van het stuur halen door de omstandigheden gevaarlijk is, kies dan voor extra voorzichtigheid en maak je bedoeling op een andere duidelijke manier kenbaar.

Corrigeer
Fout gevonden in bovenstaand artikel? Meld het hier!

Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief

Meer nieuws

Meer nieuws

Populairste artikels

Nieuwste reacties