Een fiets van 15.000 euro is nog maar het begin: wat kost een renner in de Tour echt?
Volg Wielerkrant nu via Instagram!
Een Tourrenner verdient vaak miljoenen, maar daar staat ook een indrukwekkende investering tegenover. Achter elke ritzege of gele trui schuilt een machine die een fortuin kost.
Veel meer dan alleen een salaris
Wanneer fans denken aan de kostprijs van een wielrenner, kijken ze meestal naar het salaris. Toprenners als Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard of Remco Evenepoel verdienen inderdaad miljoenen euro's per jaar, maar dat is slechts een deel van het verhaal.
Ook de ploegen investeren enorme bedragen in hun kopmannen. Moderne wielrenners worden omringd door een compleet team van trainers, voedingsdeskundigen, kinesisten, dokters en performancecoaches. Die begeleiding loopt het hele jaar door.
Hoogtestages en technologie
Daar komen nog de hoogtestages bovenop. Topploegen trekken meerdere keren per jaar naar bestemmingen zoals Sierra Nevada, Tenerife of de Franse Alpen. Vluchten, hotels, begeleiding en logistiek zorgen ervoor dat één stage al snel tienduizenden euro's kost.
Ook materiaal slorpt een aanzienlijk budget op. Een moderne koersfiets kost vaak meer dan 15.000 euro. Tel daar reservefietsen, wielen, vermogensmeters, tijdritmateriaal en onderhoud bij, en de rekening loopt snel op.
Daarnaast investeren ploegen steeds meer in aerodynamica. Windtunneltests, gespecialiseerde scans en uitgebreide positieanalyses kosten vaak duizenden euro's per sessie. In een sport waar seconden het verschil maken, wordt niets aan het toeval overgelaten.
Een miljoenenproject
Voor een gemiddelde WorldTour-renner loopt de totale investering al snel op tot enkele honderdduizenden euro's per jaar. Voor absolute toppers spreken we zelfs over miljoenen wanneer salaris, materiaal, begeleiding en voorbereiding worden samengevoegd.
De moderne Tourrenner is daardoor veel meer dan een atleet op een fiets. Hij is het middelpunt van een project waarin ploegen enorme bedragen investeren in de hoop op succes in juli in de Tour de France.
Een opvallend detail is dat de hotelkosten tijdens de Tour de France niet door de ploegen worden betaald. Die rekening wordt gedragen door organisator ASO, die ook bepaalt in welke hotels de teams verblijven. Dat levert een aanzienlijke besparing op, want een Tourploeg reist vaak met acht renners en meer dan twintig stafleden. Mocht een ploeg zelf drie weken lang alle kamers moeten betalen, dan zou de rekening al snel oplopen tot meer dan 100.000 euro. Toch blijven er nog heel wat kosten over, zoals eigen koks, gespecialiseerde voeding, extra logistiek en personeel dat niet onder de Tourorganisatie valt.
Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief