Professionalisering vrouwenwielrennen gaat verder: hogere minimumlonen, grotere ploegen en meer volgwagens

Jeroen Deheegher
| 0 reacties
Professionalisering vrouwenwielrennen gaat verder: hogere minimumlonen, grotere ploegen en meer volgwagens
Foto: © photonews

Op 1 november treden er heel wat nieuwe regels in werking in het vrouwenwielrennen.

Het minimumloon voor World Tour-rensters stijgt van 27500 euro naar 32102 euro. In 2024 moet dit op 35000 euro liggen, in 2025 op 38000 euro. De UCI wil het minimumloon in de toekomst gelijk maken aan dat van de mannen. Dat ligt nu rond de 60000 euro. Continentale vrouwenploegen moeten geen minimumloon aan hun rensters uit te keren.

Er komt ook een neo-prof categorie. Een renster moet jonger dan 23 jaar oud zijn in het jaar dat haar contract start en rensters die op 1 januari prof worden houden die status tot eind 2024. De neo-prof categorie is interessant voor ploegen.

Het minimumloon voor neo-profs ligt lager en op dit moment mag een ploeg maximaal twintig rensters hebben, maar met één neo-prof in de ploeg, schuift dit op naar 21 rensters. Met twee of meer neo-profs mag het 22 rensters hebben. 

Opleidingsploegen en meer volgwagens

Vanaf 2023 mogen teams ook een opleidingsploeg hebben die nauw verwant is met de profploeg. Voor koersen van meer dan zes etappes, zoals de Tour dit jaar, mogen ploegen ook uit zeven rensters bestaan in plaats van zes nu. Bij eendagskoersen blijft dat zes. Teams mogen in rittenkoersen in de World Tour ook twee volgwagens inzetten in plaats van één nu. 

Corrigeer
Fout gevonden in bovenstaand artikel? Meld het hier!

Wielerkrant.be

Al meer dan 5052 wielerfans gingen je voor!

Met de Wielerkrant nieuwsbrief ontvang je dagelijks al het laatste wielernieuws per mail.

Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief

Meer nieuws

Meer nieuws

Populairste artikels

Nieuwste reacties