De arme knecht bestaat niet meer: dit verdienen de helpers van Pogacar en Vingegaard
Voeg Wielerkrant toe als voorkeursbron op Google!
De tijd dat knechten voor een relatief bescheiden loon in dienst reden van hun kopman lijkt voorbij. In het moderne wielrennen verdienen sommige helpers vandaag miljoenen euro’s per jaar en zijn ze uitgegroeid tot een van de belangrijkste wapens van topploegen.
De opkomst van de superknecht
Het wielrennen draait meer dan ooit rond collectieve kracht. Een Tourwinnaar heeft niet alleen uitzonderlijke benen nodig, maar ook ploeggenoten die hem drie weken lang beschermen, positioneren en ondersteunen in de bergen.
Daardoor is de waarde van een topknecht enorm gestegen. Renners als Tim Wellens, Sepp Kuss, Matteo Jorgenson, Adam Yates, Wout van Aert of Nils Politt zijn niet langer eenvoudige helpers, maar specialisten die zelf grote wedstrijden kunnen winnen en tegelijk hun kopman naar succes loodsen.
Miljoenencontracten voor helpers
Die evolutie vertaalt zich ook in de salarissen. Volgens verschillende schattingen verdient Sepp Kuss ongeveer 1,5 miljoen euro per seizoen, terwijl Wout van Aert rond de 4 miljoen euro zou verdienen bij Visma-Lease a Bike. Adam Yates zou bij UAE Team Emirates-XRG zelfs richting 2,5 à 3 miljoen euro per jaar gaan.
Dat zijn bedragen die tien à vijftien jaar geleden enkel voor absolute kopmannen waren weggelegd. Vandaag investeren ploegen bewust miljoenen in sterke knechten omdat zij vaak het verschil maken tussen winst en verlies in een grote ronde.
Ook Tim Wellens behoort tot die categorie van gegeerde helpers. Hoewel zijn exacte loon niet bekend is, gaf de Limburger onlangs zelf aan dat de salarissen bij UAE niet altijd zo hoog liggen als vaak wordt gedacht. “Mensen zouden verbaasd zijn over wat we hier verdienen”, liet hij verstaan.
Lees ook... De Tour nu al zeker voor Pogacar? Ploegleider van UAE is heel voorzichtig›
De kloof wordt kleiner
De absolute toppers blijven uiteraard in een andere categorie spelen. Tadej Pogacar zou jaarlijks ongeveer 8 miljoen euro verdienen, Remco Evenepoel meer dan 6 miljoen en Jonas Vingegaard rond de 5 miljoen euro.
Toch is het opvallend hoe dicht sommige knechten financieel zijn genaderd. Waar vroeger een helper soms tien keer minder verdiende dan zijn kopman, beschikken de beste ondersteunende renners vandaag vaak over contracten van meer dan één miljoen euro per jaar.
Dat toont hoe belangrijk hun rol geworden is. De moderne knecht is geen anonieme waterdrager meer, maar een renner die een ploeg miljoenen waard kan zijn. Misschien is de vraag in het huidige wielrennen dan ook niet hoeveel een knecht verdient, maar hoeveel een Tourzege zonder topknechten zou kosten.
Schrijf je nu in voor de Wielerkrant nieuwsbrief